Gisteren heeft het College van B&W de gemeenteraad geïnformeerd over nieuwe tekorten bij de Keizer Karel Podia. Naar verwachting een tekort van € 600.000 in 2011. Geen verrassend bericht: de schouwburg had in 2009 en 2010 een tekort van respectievelijk € 425.000 en € 877.000 dat met een extra subsidie van € 1,3 miljoen is weggepoetst. Een 2e bericht in de brief van het college was opmerkelijker.
Na de melding van opnieuw een tekort van tonnen euro’s wijst het college de raad er nog even op dat de verhouding tussen gemeente en KKP veranderd is. De gemeente is niet langer aandeelhouder (KKP is nu een stichting) en dus gaan we “de KKP net zo behandelen als andere culturele organisaties in de stad”. Dat is begrijpelijk en niet onlogisch. Maar, het venijn zit ‘m in de staart. Het college schrijft vervolgens: “Dat betekent dat we op vaste momenten informatie aanleveren aan de raad over bijvoorbeeld culturele prestaties en financiën op hoofdlijnen en de raad niet meer op (relatief)gedetailleerd niveau informeren over de financiële stand van zaken van de KKP.”
Dit college creëert weer een nieuw ‘verwondermoment’. Welk politiek gevoel gaat er schuil achter het combineren van de boodschap van een tekort van tonnen euro’s met de melding dat de raad er voortaan niet meer apart en alleen nog maar op hoofdlijnen over geïnformeerd zal worden? Iets alleen maar op vaste momenten van een subsidiecyclus melden maakt de werkelijkheid niet anders.
Het past wel in een vaste lijn van dit college om de werkelijkheid net iets anders voor te stellen dan deze daadwerkelijk is. Twee voorbeelden uit de vanavond te bespreken jaarrekening. Persbericht college: 2010 positief afgesloten met voordeel van 9 miljoen euro (werkelijkheid: in 2010 greep van ruim 30 miljoen in reserves gedaan). Persbericht college: alle voorgenomen structurele bezuinigingen van 2010 zijn gerealiseerd (werkelijkheid: 25% is a-structureel afgedekt en komt in 2011 en verder dus als tekort terug).
Transparant, helder en open communiceren, blijkt nog een hele kunst te zijn.